<$BlogRSDUrl$>

woensdag, januari 24, 2007

Leesvoer 

Vandaag ter gelegenheid van het afscheid van Marjon van Leeuwen van het Zorgberaad een inleiding gehouden op een werkconferentie. Het was leuk om te doen. Enerzijds voor Marjon. Omdat zij zich onvermoeibaar inzette voor het Pact van Savelberg, de afspraken in de regio over het levensloop bestendig wonen en leven.
Anderzijds omdat het je dwingt tot nadenken. En dat heb ik gedaan. Met als resultaat onderstaande rede. Het is even doorlezen, maar dan heb je ook wat :)


Dames en heren,

Daar sta je dan.

Met aan de ene kant de afspraken van het Pact van Savelberg.
Wonen, zorg en welzijn. Aan de andere kant de prestatievelden van de WMO. Zorg en Welzijn.

En in het midden de voor de hand liggende vraag of er sprake is van synergie. En zo ja in welke vorm.

Het is verleidelijk om Pact en WMO dan naast elkaar te leggen. Wat te plakken en te knippen, gummen en strepen. Lekker praktisch. Het is vandaag tenslotte een werkbijeenkomst.

Maar ik denk dat ik dan Pact en WMO tekort doe. Dat ik voorbij ga aan de achterliggende visies. Daarom heb ik voor vandaag niet gekozen voor de praktische insteek, maar voor de sociologische, zo u wilt filosofische aanpak. En daarvoor heb ik een aantal bouwstenen nodig.

De eerste bouwsteen is het burgerschap.

In de sociologie onderscheidt men vier dimensies van burgerschap:
· rechtspositie
· rechten
· participatie
· identiteit

De rechtspositie gaat over formele eisen, het gaat over het recht om toegelaten te worden tot een land (toelatingseisen) en plichten die samenhangen met burgerschap. Zoals de plicht om belasting te betalen en de plicht om je aan de wetten van het betreffende land te houden.

Rechten, de tweede dimensie, zijn de tegenhanger van plichten. Op welke rechten heb je recht als burger van een land? Dat zijn in ieder geval burgerrechten. Zoals het recht om een partij op te richten, om te stemmen of om je verkiesbaar te stellen. In verzorgingsstaten, zoals Nederland, hebben burgers van een land daarnaast ook nog sociale rechten. Onder sociale rechten vallen ook het recht op onderwijs en het recht op arbeid. En rechten geformuleerd in de WMO.

Participatie betekent dat iemand actief meedoet in de maatschappij waar hij woont. Dat kan door te werken, ook dat is participatie. Door onderwijs te volgen, door vrijwilligerswerk te doen. Maar ook door culturele activiteiten, zoals het bezoeken van een museum, concert etc. Participatie slaat dus niet alleen op werken, maar is veel breder dan dat. Het komt er op neer dat iemand 'meedoet' in de maatschappij waarin hij leeft. En was meedoen niet het centrale thema van de WMO, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning? Ik kom daar later nog op terug.

De laatste dimensie noemen de sociologen identiteit.
Het betekent dat iemand zich betrokken voelt bij het land waarin hij of zij woont. Hij voelt een loyaliteit met het land, identificeert zich met het land en voelt solidariteit met het land en de andere burgers van dat land. Mensen die afstammen van families die al generaties in een land wonen, voelen zich bijna automatisch betrokken bij 'hun' land. Ze hebben een gedeelde geschiedenis, spreken dezelfde taal, kennen de normen en waarden van de gemeenschap.
Bij nieuwkomers ligt dat vaak anders, zij voelen zich vaak veel minder verbonden met hun nieuwe land en identificeren zich vaker met hun 'vaderland'.

Tot zover allemaal sociologisch verantwoord. En ook vast heel erg waar als je kijkt naar de grote lijnen, de landelijke lijnen. Maar wat mij betreft wel een visie van bovenaf. En ik geloof ook wel dat de identificatie met een heel land meer tijd vergt. Het is ook nogal wat, een heel land je eigen maken.

Ik heb de afgelopen maanden veel mensen ontmoet. Een aantal van hen vertelden elk op hun eigen manier hetzelfde.

Burgemeester Deetman van Den Haag, die het niet meer over allochtonen had en autochtonen, maar over Hagenaars. Surinaamse Hagenaars, Indische Hagenaars, Hollandse Hagenaars. Hij bracht de identificatie dimensie terug naar het niveau van de stad.

Schoonhovense Marokkaanse ouderen (of in de woorden van Deetman Marokkaanse Schoonhovenaren) die ondubbelzinnig aangaven dat zij oud willen worden in hun eigen wijk. Schoonhoven Noord. De identificatie terug op wijkniveau.

Wim Lakmaker, een Rotterdamse beleidsmaker. Verantwoordelijk voor onder meer het “Opzomeren”. Hij heeft het niet meer over staatburgerschap, maar over straatburgerschap. Hij brengt de identificatie terug op straatniveau onder het motto “Mensen maken de stad.”

En als actuele toevoeging: vandaag maakte het Rotterdamse college bekend te zullen werken aan het stadburgerschap. Veiligheid (zeg maar de eerste twee dimensies) enerzijds en sociaal investeren (de dimensies participeren en identiteit) anderzijds.

Als variatie op dit thema wil ik toch nog even de reis van het zorgberaad naar Duitsland aanhalen. Onder het motto De stad maakt de mensen. Door het zorgvuldig plannen van woningen en het hard selecteren van de inwoners van die woningen is er in Meckenbeuren bij de Liebenau Stiftung zwaar ingezet op het ontwikkelen van de sociale cohesie en de daarbij behorende mantelzorg en informele zorg. Het voert mij te ver om hier het project in zijn geheel te omschrijven, maar de op de website van het zorgberaad kunt u uw hart ophalen.

Ik had beloofd om nog terug te komen op de dimensie Participatie. De tweede bouwsteen.

SER voorzitter Alexander Rinnooy Kan en Peter van Lieshout, lid van de Wetenschappelijk Raad voor het regeringsbeleid, constateren onder meer in de Volkskrant van 13 januari dat het einde van de verzorgingsstaat nabij is. Wat hun betreft is Nederland klaar voor de fundamentele draai naar een participatie maatschappij.
Maar dan wel onder de voorwaarde van moderne solidariteit.
Anders gezegd: de tijd waarin de overheid zegt, maakt u maar geen zorgen, wij zorgen voor u is voorbij. Daarvoor in de plaats moet de overheid zorgen dat mensen zichzelf kunnen redden, eventueel met hulp van anderen. En alleen in het uiterste geval springt de overheid bij.

Eigenlijk het oude novib principe: geef de armen geen geld, maar hengels om het nog korter samen te vatten.

Dames en heren, ik denk dat ik de bouwstenen voor mijn visie op de synergie tussen pact en WMO wel heb.

Participatie, identiteit en moderne solidariteit.
En zonder me er mee te willen bemoeien zou ik hier wel een goed thema voor een christelijk sociaal kabinet uit kunnen destilleren.

Participatie, identiteit en moderne solidariteit

Meedoen, er mogen zijn en samen zijn. Voor mij de beste manier om de beginselen van de WMO samen te vatten.

Maar ook de beginselen van het Pact kunnen zich goed voegen naar die drie bouwstenen. Maar let op, ik zei beginselen.

Als we ons teveel focussen op de behoefte aan woningen voor ouderen bestaat het gevaar dat we de participatie belemmeren en dat we de identiteit van de buurt tekort doen. En daarmee het thuis gevoel. Veel ouderen gaven de afgelopen periode al aan niet veel voor een seniorenstad te voelen. Daar zouden zij zich niet thuis voelen. Ik citeer omroep Max.

Maar vooral op het welzijnsgebied zijn de beginselen vertaald in welzijnsproducten, in een welzijnsaanbod. En dat is wel heel erg verzorgingsstaat. Het gekke is dat er in het Pact geen afspraken zijn gemaakt over het oppakken van de behoeften en het oppakken van de mogelijkheden van ouderen/mensen met een beperking: de participatie. In het Pact is tot nu toe eigenlijk de makkelijke weg gekozen: de behoeften van mensen met een zorgvraag zijn vertaald in 17 producten en vervolgens is geredeneerd dat als je als lokale pact-partijen nu maar zorgt dat die 17 producten worden aangeboden dan voldoe je aan het Pact en is het OK.
De kunst is juist om ook de mogelijkheden van mensen, of ze nu een zorgvraag hebben of niet, tot hun recht te laten komen. De termen behoeften (vraag) en mogelijkheden (participatie) beginnen dan elkaar te raken: mensen hebben een vraag naar participatie.

Een deel van de behoeften zal voldoende kunnen worden geformuleerd in een 1 op 1 gesprek met een ouderenadviseur of het gemeenteloket, maar voor een deel zal er ook op creatieve manier samen met de betrokken ouderen/wijkbewoners een aanbod moeten worden gecreëerd. En zo'n aanbod is niet op voorhand vast te leggen in een Pact; maar een Pact moet wel stimuleren tot een dergelijke aanpak.

En op dat vlak is wat mij betreft dan wel een herijking nodig. Dat we teruggaan naar de beginselen. En ons dan veel meer zullen moeten gaan richten op vraagverheldering en participatie, dan op het hebben van een foldertje of een uurtje bejaardengymnastiek.

Mijn antwoord op de vraag is er synergie tussen WMO en Pact luidt dan ook: In beginsel wel. Beide kunnen goede instrumenten zijn in de transitie van verzorgingsstaat naar participatie maatschappij. Met name het welzijnsdeel van het Pact behoeft dan nog wel een verdere discussie. Ik voer de discussie graag. Thuis, lokaal in het Schoonhovense platform Wonen, Zorg en welzijn. Maar ook met u. In het zorgberaad.

Comments: Een reactie plaatsen

This page is powered by Blogger. Isn't yours?