<$BlogRSDUrl$>

zaterdag, december 30, 2006

Oudejaarsrede 

Vandaag de oudejaarsrede mogen uitspreken. Op verzoek, echt waar!, hieronder na te lezen. Het is een lang stuk. Maar je hebt de tijd tot volgend jaar. Een prettige jaarwisseling!

Tekst:

Dames en heren,


Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier vandaag de oudejaarsrede te mogen uitspreken.

De Schoonhovense oudejaarsrede is een betrekkelijk nieuw fenomeen. Na de eerste rede van mijn voorganger Jos Huizinga en de duo rede van de burgemeesters Wassenberg en De Cloe, is het nu aan mij om verder invulling te geven aan deze jonge traditie.

In ons eerste contact over deze rede vroeg vriendenvoorzitter Henk Bos mij rekening te houden met het terugkerende thema voor deze rede.
Hoe goed gaat het met onze stad op het gebied van toerisme, kunst en cultuur?

Het is dan ook verleidelijk om nu te spreken over de kansen die het visiedocument Citymanagement Schoonhoven biedt.
In dat document wordt een breed gedragen visie over de mogelijkheden om Schoonhoven nog beter op de kaart te zetten bij bewoners, bezoekers en bedrijven verwoord.

Maar ik zal die verleiding weerstaan. Het document is immers aan de raad aangeboden om te bespreken. Het past in ons duale stelsel om dan als bestuurder even een pas op de plaats te maken. Onze visie is neergelegd, samen met die van de horeca, de VVV, de winkeliers, het gilde, de zilverdag en de ondernemers. En eind januari ligt daar dan de visie van onze volksvertegenwoordigers naast. Waarbij ik natuurlijk hoop dat er meer overeenkomsten dan verschillen zullen zijn.

Toch heeft het visiedocument mij wel geïnspireerd voor het thema van mijn rede.
En dan met name dat deel dat gaat over de beleving van de bewoners van onze stad. Met dit visiedocument in mijn achterhoofd zal ik proberen u de verbanden te laten zien tussen mijn verschillende beleidsterreinen.

Maar daarvoor wil ik u eerst meenemen naar 1926. Terug in de tijd dus. Mijmeren over het verleden. Een uitstekende oudejaarsactiviteit.

Stelt u zich een lege Haven voor. Denk alle reclamezuilen weg. Denk de geluiden weg. In het water ligt een schuit. ’t Is april, maar ’t is nog wel fris.
Een bakfiets. Leeg. Op de fiets zit een jonge vent van 26. Versleten kleren, wollen sjaal strak omgebonden. Hij staart voor zich uit. Hij staat voor een moeilijke beslissing.

Zijn meisje al een paar maanden zwanger, nog niet getrouwd. En al maanden geen werk. Net als al zijn vrienden. Het is een slechte tijd. Maar gisteren kreeg zijn Corrie een brief van haar broer uit Soest. Er was daar werk genoeg. En in hun huisje hadden ze nog plek voor twee, en de baby paste er ook nog wel bij.
Maar ja, dat was wel uit Schoonhoven weg. Terwijl vader net was overleden. En Soest was niet dichtbij.

Ik weet nu dat Leendert Beekhuiszen, want zo heette hij, die beslissing genomen heeft. Hij vertrok. Maar ik weet ook dat hij Schoonhoven miste. Dat hij zijn vijf kinderen die hij met Cornelia de Bes kreeg altijd vertelde over de stad en het zilver. En dat voor die kinderen een logeerpartij in Schoonhoven het hoogtepunt van het jaar was. Hij gaf zijn trots door aan zijn kinderen. En die weer aan hun kinderen. Ook zij vertelden van Schoonhoven, van het zilver.

En zo kwam het dat ik 17 jaar geleden, op zoek naar een huis, in Schoonhoven kwam, mij de verhalen van mijn moeder herinnerde en mij direct thuis voelde. En ik begreep hoe moeilijk het voor mijn opa was geweest om die mooie stad te verlaten.

Trots zijn op je stad. Omdat die stad bijzonder is. En vanuit die trots ambassadeur zijn.
En dan ben ik opeens terug bij het visie-document. Waarin die trots, die civil pride wordt benoemd als een van de waarden van de stad.
Die trots wordt in het visiedocument nadrukkelijk gekoppeld aan de geschiedenis, de historische zetting van het zilver.

Wat mij betreft is dat te beperkt. Om trots te kunnen zijn op je stad moet je je er ook in thuis voelen. Het moet jouw stad zijn. En voor jouw stad heb je iets over. En dan wordt de civil pride, de trots, onderdeel van de civil society.

2007 moet het jaar van de civil society worden. Deze term, dit begrip is geïntroduceerd door staatssecretaris Ross met betrekking tot de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. De wet die over twee dagen van kracht wordt en die de gemeente grote verantwoordelijkheden geeft in de zorg voor haar inwoners. Maar die ook een beroep doet op de inwoners.

Een goede 'civil society' (of met een Nederlands woord 'zorgzame samenleving') is een maatschappij waarin mensen oog voor elkaar hebben en voor elkaar klaarstaan. Dat slaat op familie en buren, maar ook op de vrijwilligers van uw muziek- of sportvereniging en op de mensen maaltijden bezorgen of zieken bezoeken.
De kernbegrippen in de civil society zijn

· zelfredzame burgers die zoveel mogelijk op eigen kracht doen
· kwetsbare burgers die maatwerk ondersteuning ontvangen om zo gewoon mogelijk aan de samenleving mee te doen
· verbindingen en sociale samenhang

Met de conditie van de civil society in Schoonhoven is het wisselend, maar wel positief gesteld. Schoonhoven is enerzijds een zorgzame samenleving, met veel vrijwilligerswerk. Er zijn veel verenigingen en het aanbod van voorzieningen is hoog. Aan de andere kant is er nog niet zoveel sociale cohesie. En leven teveel Schoonhovenaren langs elkaar.

Dit oordeel over de conditie van de civil society verschilt van groep tot groep. Zo is de onderlinge zorg voor elkaar binnen de allochtone gemeenschap wijdverbreid en logisch. Vrijwilligerswerk buiten de eigen gemeenschap is minder gewoon.
Terwijl bij een groep oude Schoonhovenaren er minder mantelzorg is, omdat de kinderen verder weg wonen. Deze groep is aangewezen op de informele zorg van buren, vrienden en vrijwilligers.

Een ander begrip dat we het komende jaar nog wel vaak zullen horen en wat met het voorgaande samenhangt is burgerschap.

In de sociologie onderscheidt men vier dimensies van burgerschap:
· rechtspositie
· rechten
· participatie
· identiteit

De rechtspositie gaat over formele eisen, het gaat over het recht om toegelaten te worden tot een land (toelatingseisen) en plichten die samenhangen met burgerschap zoals de plicht om belasting te betalen en de plicht om je aan de wetten van het betreffende land te houden.

Rechten zijn de tegenhanger van plichten, op welke rechten heb je recht als burger van een land? Dat zijn in ieder geval burgerrechten. Verder heb je in de meeste Westerse landen politieke rechten zoals het recht om een partij op te richten, om te stemmen of om je verkiesbaar te stellen. In verzorgingsstaten, zoals Nederland, hebben burgers van een land daarnaast ook nog sociale rechten. Onder sociale rechten vallen ook het recht op onderwijs en het recht op arbeid

Participatie betekent dat iemand actief meedoet in de maatschappij waar hij woont. Dat kan door te werken, ook dat is participatie. Door onderwijs te volgen, door vrijwilligerswerk te doen. Maar ook door culturele activiteiten, zoals het bezoeken van een museum, concert etc. Participatie slaat dus niet alleen op werken, maar is veel breder dan dat. Het komt er op neer dat iemand 'meedoet' in de maatschappij waarin hij leeft. En was meedoen niet het centrale thema van de WMO, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning?

De laatste dimensie noemen sociologen identiteit. Het betekent dat iemand zich betrokken voelt bij het land waarin hij of zij woont. Hij voelt een loyaliteit met het land, identificeert zich met het land en voelt solidariteit met het land en de andere burgers van dat land. Mensen die afstammen van families die al generaties in een land wonen, voelen zich bijna automatisch betrokken bij 'hun' land. Ze hebben een gedeelde geschiedenis, spreken dezelfde taal, kennen de normen en waarden van de gemeenschap. Bij nieuwkomers ligt dat vaak anders, zij voelen zich vaak veel minder verbonden met hun nieuwe land en identificeren zich vaker met hun 'vaderland'.

Tot zover allemaal sociologisch verantwoord. En ook vast heel erg waar als je kijkt naar de grote lijnen, de landelijke lijnen. Maar wat mij betreft wel een visie van bovenaf. En ik geloof ook wel dat de identificatie met een heel land meer tijd vergt. Het is ook nogal wat, een heel land je eigen maken.

Ik heb de afgelopen maanden veel mensen ontmoet. Een aantal van hen zeiden elk op hun eigen manier hetzelfde.

Burgemeester Deetman van Den Haag, die het niet meer over allochtonen had en autochtonen, maar over Hagenaars. Surinaamse Hagenaars, Indische Hagenaars, Hollandse Hagenaars. Hij bracht het integratievraagstuk terug naar het niveau van de stad.

Schoonhovense Marokkaanse ouderen (of in de woorden van Deetman Marokkaanse Schoonhovenaren) die ondubbelzinnig aangaven dat zij oud willen worden in hun eigen wijk. Schoonhoven Noord. Het integratievraagstuk terug op wijkniveau.

Wim Lakmaker, een Rotterdamse beleidsmaker. Verantwoordelijk voor onder meer het “Opzomeren”. Hij heeft het niet meer over staatburgerschap, maar over straatburgerschap. Hij brengt het integratievraagstuk terug op straatniveau onder het motto “Mensen maken de stad.”


Mensen maken de stad, burgerschap, civil society, civil pride, mijn opa…….

Dames en heren,
Met mijn oudejaarsbeschouwingen heb ik een verband willen leggen tussen mijn portefeuilles cultuur en toerisme en mijn portefeuilles welzijn, zorg en integratie. Dat verband is er. Dat maakt mijn werk ook zo boeiend.

Ik ben trots op onze stad.
Trots op het verleden en trots op de manier waarop we dat verleden hier in het museum, maar ook gewoon buiten vorm geven.
Trots op het heden. Trots op de manier waarop bijvoorbeeld de vrouwen van Al Moustakbal actief participeren, trots op al die vrijwilligers die nu al aan de slag zijn in de sport, in jongerenwerk, ouderenwerk en hier in het museum. Trots op onze kunstenaars en ons theater.

Maar vooral ook trots omdat we als stad in de toekomst blijven investeren.
Investeren in de cultuur van Schoonhoven – met een nieuwe nota cultuur in 2007.
Investeren in het toerisme – met het citymanagement.

Maar ook investeren in de mensen
– met onze inspanningen voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning
– met de start van Forum Noord
– met het opnieuw vormgeven van het jeugdbeleid
– met de bouw van de school, met de plannen voor woningen in Oost

Investeren in de stad is investeren in mensen.

Mensen maken de stad.
Zolang we wel in het vizier houden dat participatie en identificatie hand in hand gaan. Meedoen en je thuis voelen. Als inwoner en als bezoeker.

Ik wens u een hele goede jaarwisseling.

Comments: Een reactie plaatsen

This page is powered by Blogger. Isn't yours?