<$BlogRSDUrl$>

vrijdag, juni 17, 2005

WMO 

Even tussendoor thuis en de enveloppe met raadstukken doorgenomen. Vreemd genoeg staat de kaderstelling WMO op de agenda. Terwijl de wethouder publiceert dat de kaderstelling uitgesteld wordt. Zeer terecht overigens en in onze lijn.

Hieronder een grote lap tekst van Gerdi Verbeet. Die als de prijs voor de het meest razende en minst slapende kamerlid bestond, hoge ogen zou gooien. Ik druk het manifest volledig af omdat het zo goed verwoord wat ik de afgelopen periode aan standpunten en inzichten heb opgedaan. En het bewijst voor mij ook maar weer eens dat ik bij de goede club zit.


Samen wonen, werken, leven en zorgen
PvdA uitgangspunten voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning

1. De PvdA kiest voor een brede wet ter versterking van maatschappelijke participatie. Dus geen ‘WVG-plus’ en ook niet louter een vangnet voor de allerzwaksten. We kiezen voor een WMO die op gelijkwaardige basis zowel individuele verstrekkingen als collectieve voorzieningen omvat. De WMO is er voor iedereen: jong en oud, rijk en arm. Niemand wordt uitgesloten van participatie.
2. Burgers moeten beter worden van WMO. Het is geen bezuinigingsoperatie. Daarom moet het burgers volstrekt helder zijn op welke zorg en welzijnsdiensten ze kunnen rekenen en waar ze terecht kunnen. Niemand mag last krijgen van de resterende ‘schotten’ tussen de AWBZ, Zorgverzekeringswet en WMO. Burgers beschikken straks over één loket waar ze met al hun vragen terecht kunnen. De behoeften en de wensen van de cliënt moeten in de WMO centraal staan. De mogelijkheid waarbij cliënten ‘vouchers’ krijgen waarmee zij terecht kunnen bij verschillende aanbieders, moet in dit kader serieus worden onderzocht.
3. Thuiszorg geven aan ouderen is meer dan poetsen. De kwaliteit van voorzieningen moet in de wet gewaarborgd zijn. Gemeentebesturen moeten hier strikt de hand aan houden.
4. De PvdA vindt dat naast de kwaliteit van het werk ook de werkgelegenheid in de WMO behouden moet blijven, bijvoorbeeld in de thuiszorg waar vooral veel herintredende vrouwen werken die nu eindelijk ook zelf pensioen kunnen opbouwen. Gemeenten moeten de mogelijkheden die de Wet Werk en Bijstand biedt optimaal benutten en daarbij proberen de markt van persoonlijke dienstverlening te versterken.
5. Burgers hebben natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid voor hun maatschappelijke participatie en hun welzijn en gezondheid. Maar daarmee ben je er niet. De door Balkenende c.s. veelgepredikte ‘civil society’ komt niet vanzelf tot stand. De overheid heeft de taak zodanige omstandigheden te realiseren dat mensen hun verantwoordelijkheid ook echt kunnen nemen en dat de maatschappelijke samenhang ook echt wordt versterkt. Niet afbreken, maar versterken van het (lokale) verenigingsleven, bijvoorbeeld in de sport. Niet sluiten, maar verbeteren van essentiële voorzieningen als postkantoren, banken en bankjes, ook in kleine kernen op het platteland en in buurten in de grote stad.
6. De PvdA vindt dat de WMO moet worden aangegrepen om de sociale infrastructuur met inzet van het welzijnswerk fundamenteel te versterken. Het welzijnswerk wordt nu op veel plaatsen onvoldoende benut voor het versterken van de sociale cohesie in wijken en buurten. Niet zelden is het de sluitpost op de begroting. Vaak is onduidelijk wat er met het geld gebeurt. Welzijn heeft een slecht imago. Het heet ‘soft’ te zijn, terwijl het in werkelijkheid keihard is: het gaat om de kwaliteit van het bestaan! Welzijn (in de vorm van bijvoorbeeld ouderenadvisering, maaltijdvoorziening en activiteitenbegeleiding) heeft bovendien een aanzienlijke preventieve werking op het beroep op (veel zwaardere en duurdere) zorg.
7. De WMO mag niet leiden tot overbelasting van mantelzorgers. Integendeel: er moet meer worden geïnvesteerd in ondersteuning van mantelzorgers. Vrouwen moeten zich niet door de WMO gedwongen voelen minder te gaan werken en wellicht hun economische zelfstandigheid op te geven.
8. De PvdA kiest voor een solidair stelsel. Het draagkrachtprincipe moet wat ons betreft integraal op de WMO van toepassing worden verklaard. Mensen betalen in principe mee de voorzieningen waarvan ze gebruik maken. Dat stimuleert ook de kwaliteit van de diensten en voorzieningen. De overheid springt bij als mensen het niet kunnen betalen; we sluiten immers niemand buiten! Veel burgers hebben weliswaar hulp nodig, maar een groeiende groep kan en wil hier best voor betalen. Dit vereist een mentaliteits- en cultuurverandering, maar deze zal uiteindelijk de samenleving als geheel versterken. Er wordt daarom een inkomenstoets en een vermogenstoets ingevoerd in de WMO.
9. De WMO moet dicht bij burgers staan. Daarom krijgt de gemeente een spilfunctie. Dit kan echter alleen als de gemeente voldoende geld en voldoende bevoegdheden krijgt. Demografische ontwikkelingen moeten een onverkort effect op het beschikbare budget hebben. Het geld wordt ‘geoormerkt’voor de WMO, zodat duidelijk is waar welk geld aan wordt uitgegeven. Gemeenten worden regisseur in de WMO, maar moeten die regisseursrol natuurlijk wel waar kunnen maken. De gemeenten moet bijvoorbeeld weer iets te zeggen krijgen over het beleid van bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en zorginstellingen. Dat doen zij zo veel mogelijk in nauwe samenwerking met deze maatschappelijke ondernemingen, maar als het nodig is treden ze sturend op.
10. De WMO moet doorzichtig en democratisch zijn. De door de bevolking gekozen gemeenteraden bieden hiervoor de beste garantie. Ook daarom is het nodig dat gemeentebesturen richtinggevend kunnen zijn ten opzichte van niet democratisch gekozen, uitvoerende organisaties. Samenwerkingsverbanden tussen (kleinere gemeenten) zijn prima, maar ook dan moet de democratische controle optimaal zijn. Ook de Tweede Kamer moet natuurlijk zicht houden op de WMO, zodat zij de regering op haar verantwoordelijkheid kan aanspreken. Daarom moet het kabinet jaarlijks een Jaarbeeld WMO naar de Kamer sturen, als evenknie van het al bestaande Jaarbeeld Zorg.
11. De PvdA wil dat gemeenten een wettelijk verankerde zorgplicht krijgen voor zowel individuele als collectieve voorzieningen. Deze zorgplicht moet worden uitgewerkt in gemeentelijke verordeningen. Zo weten burgers waar ze op moeten kunnen rekenen en waarop ze zich kunnen beroepen als de geboden voorzieningen niet naar wens zijn.
12. Burgers moeten ook in de WMO de keuze houden tussen zorg het Persoons Gebonden Budget (PGB) en zorg in natura. Alleen dan kan er sprake zijn van werkelijke vraagsturing.
13. Een decentrale wettelijke regeling vereist sterke inspraak door cliënten(organisaties), ook op gemeentelijk niveau. Deze inspraak moet in de wet worden verankerd, bijvoorbeeld in de vorm van verplichte advisering door een brede cliëntenraad over de WMO-visie en aanpak aan de gemeenteraad. De overheid moet wat betreft de PvdA een zodanige infrastructuur scheppen, dat cliëntenparticipatie optimaal tot zijn recht kan komen. Hiervoor is zowel een eenmalig beginbudget als structurele financiering noodzakelijk. Gemeenten worden verplicht tevredenheidsonderzoeken onder de bevolking uit te voeren.
14. Voor een goede en gedegen invoering is voldoende geld nodig. De kosten gaan voor de baat uit. Er komt daarom een startkapitaal voor de invoering, dat wordt bekostigd uit de besparingen in de AWBZ.
15. Als de WMO wordt ingevoerd, moet dat zorgvuldig gebeuren en op een zo groot mogelijke draagvlak kunnen rekenen. Daarnaast is de WMO van zo’n groot belang voor de lokale politiek, dat het wenselijk is de WMO inzet te maken van de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 en de daarop volgende collegeonderhandelingen. Daarom vindt de PvdA dat de WMO pas op zijn vroegst op 1 januari 2007 moet worden ingevoerd.

Den Haag, juni 2005, Gerdi Verbeet


Comments: Een reactie plaatsen

This page is powered by Blogger. Isn't yours?